VAKBONDSBESTUURDER

Afscheidsinterview Gerard van Hees:

'MIJN BELANGRIJKSTE TAAK WAS HET VERBINDEN VAN MENSEN'

Tekst Ronald de Kreij Beeld Sara Anya Sam, Jan Lankveld

Gerard van Hees: ‘Ik heb veel te danken aan de FNV.

Eind komende maand januari zet Gerard van Hees een punt achter zijn 25-jarige carrière als vakbondsbestuurder. Hij gaat met pensioen. Een afscheidsinterview over verleden, heden en toekomst.

Hij studeerde politicologie, was korte tijd heftruckchauffeur, ging daarna werken bij het GAK (Gemeenschappelijk Administratiekantoor, tot aan de opheffing in 2002 verantwoordelijk voor de uitvoering van de sociale zekerheid), maar noemt de periode vanaf de begin jaren 80 tot aan zijn aanstelling in 1997 als FNV-bestuurder in de ICT-sector voor dit artikel niet relevant. Hoewel… Misschien is het wel goed om te weten dat hij zich ook toen al als actief kaderlid van de FNV inspande voor de belangen van werkenden. Meer precies: de belangen van zijn collega’s. ‘Dat moet zijn opgevallen’, vertelt Gerard van Hees, ‘want op een gegeven moment belde mijn vakbondsbestuurder en vertelde me dat de FNV een vacature had op de afdeling Individuele Belangenbehartiging. Was dat misschien iets voor mij? Ik moest wel gewoon solliciteren en de normale procedure doorlopen.’

Tot dan toe was er geen haar op zijn hoofd die ooit had bedacht dat hij bij de vakbeweging zou gaan werken. ‘Maar al tijdens het sollicitatiegesprek werd ik steeds positiever. Het leek me opeens heel leuk om bij de bond te werken. Het GAK was een grote, logge en bureaucratische werkgever. Bij de bond kreeg ik veel meer eigen regelruimte. En ik bleef bezig op een gebied dat ik goed kende, namelijk de sociale zekerheid, arbeidsrecht en opkomen voor de belangen van anderen.’

SOLLICITEREN IN SHOWROOM

Na zes jaar individuele belangenbehartiging werd het tijd voor een iets nieuws binnen de FNV. ‘Ik was toe aan een nieuwe uitdaging. Dat werd in eerste instantie de functie van regiobestuurder. Maar dat was voor korte tijd, want ik wilde méér. Een eigen sector, met eigen cao’s die ik zélf mocht afsluiten. Dat werd de ICT. Daar ben ik actief geweest van 1997 tot 2012. Daarna ben ik overgestapt naar de sector Finance gecombineerd met de sector Zakelijke Dienstverlening.’

‘In die tijd was de ICT een sexy bedrijfstak’, herinnert hij zich. ‘Toen ging de grap nog rond dat de medewerkers lopend naar hun sollicitatiegesprek in de showroom van een leasemaatschappij kwamen, om aansluitend in een leasebak naar hun nieuwe werkplek te rijden. Tot in 2001 de internetbubbel brak. Toen ging de wrange grap dat alle aandelen en opties waarmee deze ICT’ers eveneens door hun werkgever waren gelokt inmiddels net zo veel waard waren als de prijs van oud papier.’

VOET AAN DE GROND

Het was voor hem als vakbondsbestuurder een mooie tijd. En ook een uitdagende tijd. ‘Ik moest een voet aan de grond zien te krijgen in deze relatief nieuwe sector. Dat viel niet mee. In de eerste jaren werd ik aangestaard alsof ik een geestverschijning was. “Wat komt die man hier doen?”, zag ik die ICT’ers denken. “De vakbond is er toch voor mensen in fabrieken met rokende schoorstenen? Wij regelen onze eigen arbeidsvoorwaarden wel.”’

‘Het zelfvertrouwen van deze mensen stortte echter na 2001 net zo hard in als de ICT-sector zelf’, vervolgt hij. ‘Maar zelfs vanaf dat moment kregen we als bond maar moeilijk een voet aan de grond in deze sector. De verklaring daarvoor is mogelijk dat veel IT-bedrijven internationale bedrijven zijn waar een Angelsaksische bestuurscultuur overheerst. Vakbonden en cao’s passen daar slecht in.’

EEN VERADEMING

Heel anders ging het er aan toe bij zijn volgende stop, de sector Finance en de Zakelijke Dienstverlening. ‘Daar heb je meer Rijnlandse arbeidsverhoudingen en zit je aan de overlegtafel met de decision makers zelf, in plaats van een landendirecteur die moet luisteren naar een grote baas elders. Nu trof ik opeens échte gesprekspartners en kon ik direct onderhandelen en afspraken maken. Dat was een verademing.’

Hij kwam binnen in een periode waarin het net weer wat beter ging met de banken, verzekeraars en andere bedrijven. Namelijk enkele jaren ná de kredietbubbel die we beter kennen als de kredietcrisis van 2008-2009. ‘Toen kon vrijwel niets meer. De salarissen werden bevroren en sommige bedrijven konden alleen overleven met overheidssteun. Toen ik overstapte vanuit de ICT ging het net weer een beetje beter en konden weer loonafspraken worden gemaakt.’

ZOETE HERINNERINGEN

Ook voor andere afspraken was er opeens weer ruimte, hoewel de mate waarin mee schommelde met de conjunctuur. Zoete herinneringen heeft hij aan de afspraken in de dienstensector die hij heeft gemaakt over minimumtarieven voor zzp’ers in de architectuur. Aan de afspraken in de financiële en de dienstensector over duurzame inzetbaarheid. Aan de afspraken bij ING over partnerverlof – als eerste in Nederland; de afspraken zijn nu opgenomen in landelijke wetgeving. En aan de mooie sociale plannen die hij kon afsluiten in periodes waarin het economisch allemaal even wat slechter ging.

‘En laten we vooral de sociale agenda voor het verzekeringsbedrijf niet vergeten. Die zie ik toch als een klein, eigen poldermodelletje waarin we een gezamenlijke toekomstblik hebben ontworpen op hoe we samen verder willen. De Werkcode over meer rechten en zekerheid voor uitzendkrachten is daar een onderdeel van’ (zie ook het artikel 'Verschillen vast-flex iets kleiner' elders in dit e-magazine). Maar het gaat nog altijd door, want er wordt alweer gewerkt aan een derde versie met daarin extra aandacht voor diversiteit en inclusie. Hier is de financiële sector in mijn beleving toch vooruitstrevend in.’

'"WAT KOMT DIE MAN HIER DOEN?", ZAG IK DIE ICT'ERS DENKEN'
'DE FINANCIËLE SECTOR HEEFT AANDACHT VOOR DIVERSITEIT EN INCLUSIE'

VAKBONDSWERK NU ANDERS

Terugblikkend meent Gerard dat het vakbondswerk anno nu anders is dan in het verleden. ‘Vroeger had je als vakbond vooral de macht van het getal, te danken aan je grote organisatiegraad. Tegenwoordig is dit minder en moet je het als vakbondsbestuurder veel meer hebben van argumenten en expertise. Hoewel dit laatste in de Finance en de Zakelijke Dienstverlening altijd al een beetje zo was. In deze sectoren is mijn belangrijkste taak altijd al geweest mensen met elkaar verbinden en ze meenemen in de discussie die je als vakbond wilt voeren.’

Ook het werk is veranderd, zeker in de financiële en dienstensector. ‘Vroeger waren de medewerkers gespecialiseerd. Ze hadden een vak en oefenden dat uit. Nu hebben ze nog steeds een vak, maar moeten ze veel meer omgaan met snelle veranderingen. Denk aan digitalisering, projectmatig werken, dat soort dingen. En zeg nou zelf, banken zijn tegenwoordig toch halve ICT-bedrijven? Daarom maken we vandaag de dag vooral afspraken over scholing en inzetbaarheid. Daar richten we de cao’s op in. Zodat we de mensen kunnen blijven meenemen.’

MAATJE IN HET WERK

Met het oog op zijn aanstaande pensionering wil hij hier het vroegtijdige overlijden herinnerd hebben van Carla Kirburg, zijn directe FNV-collega en ‘maatje in het werk’. ‘Ik kende haar al uit mijn tijd in de ICT-sector. Zij heeft haar pensioen niet gehaald. Dat heeft me veel pijn en verdriet gedaan. Dit is nog steeds een sentiment dat diep in me zit.’ Ook werpt hij zijn blik nog iets verder, namelijk naar de periode ná zijn pensionering. ‘Dan word ik weer kaderlid van de bond.’, zegt hij met nadruk. ‘Ik heb dan 45 jaar gewerkt en ben dan ook 45 jaar vakbondslid. Ik heb veel te danken aan de FNV en daarvoor wil ik iets teruggeven. Bijvoorbeeld een of twee dagen vrijwilligerswerk op een van de vakbondshuizen. Mensen adviseren bij vragen of problemen. Of onderzoek doen. Ik ken nog steeds veel mensen en wil de kennis die ik heb aanbieden en inzetten. Zodat die kennis niet verloren gaat.’

'WE MAKEN VOORAL AFSPRAKEN OVER SCHOLING EN INZETBAARHEID'

Deel deze pagina