ONDERZOEK

LEDEN FNV WILLEN BLIJVEN THUISWERKEN

Tekst Ronald de Kreij Beeld Shutterstock, FNV

20 PROCENT WIL ALLEEN NOG MAAR THUISWERKEN

De FNV-leden in de financiële sector en zakelijke dienstverlening zijn het afgelopen jaar (veel) positiever gaan denken over thuiswerken. Wat hen betreft is thuiswerken straks ook ná de coronapandemie een blijvertje. Slechts 10 procent wil helemaal terug naar kantoor.

Dat blijkt uit onderzoek van de bond onder 5.300 FNV-leden uit de financiële sector, de zakelijke dienstverlening, de callcentra, de rijksoverheid en de gemeentelijke overheden. Van de positieve denkers over thuiswerken hoopt 70 procent op afwisseling tussen werken thuis en op kantoor, en wil 20 procent alleen nog maar thuiswerken.

VOOR- EN NADELEN

FNV-vicevoorzitter Kitty Jong concludeert op basis van de uitkomsten dat de vakbondsleden in de genoemde sectoren thuiswerken allesbehalve zat zijn. ‘Drie op de vijf zijn er zelfs positiever over dan een jaar geleden’, zegt ze. ‘Ruim driekwart werkt gewoon prettig thuis. Dat was bij ons onderzoek vorig jaar nog 66 procent. Ouderen werken iets liever thuis dan jongeren, maar ook van die jongeren ziet 65 procent het thuiswerken helemaal zitten. Ook zien we dat veruit de meeste mensen afwisseling willen in thuiswerken en op kantoor werken. Wij willen daar dan ook graag afspraken over gaan maken.’

Als belangrijkste voordelen van thuiswerken noemen de ondervraagden het besparen van reistijd (75 procent), een betere concentratie (45 procent) en een hogere productiviteit (42 procent). Als grootste nadelen worden ervaren het gemis aan collega’s en sociale interactie (52 procent), minder lichaamsbeweging (36 procent) en meer schermtijd door onder meer videobellen (29 procent).

DAGELIJKSE WERKZAAMHEDEN

Ongeveer de helft van de beroepsbevolking heeft tijdens de coronapandemie thuis kunnen werken. Gevraagd naar welk werk het beste op kantoor en welk het beste thuis kan plaatsvinden, antwoorden de geënquêteerden dat thuiswerken voor de dagelijkse werkzaamheden de voorkeur geniet. Voor activiteiten als teamoverleg, (in)formeel overleg, contact met collega’s, trainingen, presentaties en het inwerken van nieuwe collega’s is kantoor de beste werkplek.

Verder blijkt dat bijna een derde (30 procent) van de ondervraagden geen of te weinig zeggenschap ervaart in waar het werk plaatsvindt. Ruim een derde (35 procent) heeft een beetje zeggenschap en nog eens 35 procent ervaart wél voldoende zeggenschap over de werkplek. Meer dan 60 procent wil dan ook een steviger positie voor werknemers om te bepalen waar het werk plaatsvindt. Zij willen dit wettelijk geregeld hebben.

KITTY JONG: ‘RUIM DRIEKWART WERKT GEWOON PRETTIG THUIS’

ZWAARWEGENDE ARGUMENTEN

‘Onze leden hebben zich duidelijk uitgesproken’, aldus Kitty Jong. ‘Een steviger positie voor werknemers, zoals ook D66 en Groen Links in een wet willen regelen, is dan ook mijn inzet bij het SER-advies dat de politiek hierover heeft gevraagd. Die steviger positie kan zich dan weer vertalen in afspraken per bedrijf of organisatie, waar een afweging van belangen kan worden gemaakt. En niet zoals nu dat alleen de werkgever bepaalt.’ Ze maakt een vergelijking met de wet die de werknemer ruimte biedt om minder uren te gaan werken. ‘De werkgever moet dan met zwaarwegende argumenten komen als dat niet kan. Op dit moment moet de werknemer die meer thuis of juist op kantoor wil werken nog genoegen nemen met een onbeargumenteerde afwijzing van de werkgever. Een steviger positie om grip op het werk te krijgen past ook bij de aanbevelingen die de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid vorig jaar deed in 'Het betere werk'.’

RECHT OP ONBEREIKBAARHEID

Veel FNV-leden willen dat Nederland net als Frankrijk een recht op onbereikbaarheid buiten werkuren wettelijk vastlegt. Iets meer dan driekwart is hiervoor. Een wetsvoorstel van de PvdA hierover is in voorbereiding. Overigens wil ook het Europees Parlement dit recht graag gerealiseerd zien. Jong: ‘Wij hebben hierover al afspraken gemaakt in sommige cao’s, maar een wettelijk recht geeft ons een steviger positie hierin. Door de coronapandemie zijn werk en privé meer door elkaar gaan lopen. Mensen werken sowieso meer uren, blijkt uit ons onderzoek. Dan liggen burn-outklachten op de loer.’

Deel deze pagina