ICT

EEN JAAR THUISWERKEN: HOE NU VERDER?

Tekst Ronald de Kreij Beeld Jan Lankveld, Shutterstock

Nederland werkt nu één jaar thuis. Een mooi moment om stil te staan bij de vraag: hoe nu verder? FNV-bestuurder Ger Klinkenberg ziet voor het vervolg een rol weggelegd voor zowel de vakbond als voor ICT-toepassingen.

'Thuiswerken kan niet' kan niet meer, weet FNV-bestuurder Ger Klinkenberg gezien de ontwikkelingen in de praktijk. ‘We werken al een jaar thuis, en dat doen we massaal’, zegt hij. ‘Maar ondanks dat we het al een jaar lang doen, zijn er nog altijd mensen die in hun 'thuiskantoor' op een keukenstoel zitten, achter een te hoge of te lage tafel en zonder de collega’s die ze op kantoor altijd bij het koffieapparaat troffen en met wie ze daar inspirerende gesprekken hadden. Ik heb dat zelf ook. Ik spreek mijn collega’s wel via Zoom of Teams, maar dat is georganiseerd overleg. Terwijl je juist in de toevallige ontmoetingen zoveel creatieve ideeën kunt opdoen.’ Waar Klinkenberg naar toe wil is deze vraag: hoe staan we er na één jaar thuiswerken voor, hoe gaan we hiermee verder als 'alles' straks achter de rug is, welke afspraken en regelingen willen we dan hebben en wat kan de bond hieraan bijdragen?

NIEUWE NORMAAL

Wordt thuiswerken het nieuwe normaal? Klinkenbergs FNV-collega Gerard van Hees wijdde hier eerder een essay aan en concludeerde daarin dat hoe de ontwikkeling ook doorzet, Nederland sowieso koploper thuiswerken in Europa is. ‘Dat heeft een technologische reden’, meent hij. ‘We hebben het beste breedband. En een economische reden – we hebben een grote dienstensector. We kunnen het ons niet voorstellen, maar zelfs in Duitsland, de grootste economie van Europa, is er soms heel slecht bereik, zo mocht ik laatst ervaren.’ Maar er is ook een culturele reden. ‘Wij hebben het vaak over de scheiding tussen werk en privé. In sommige andere landen is dat een dogma. In een Europese vakbondsconferentie tien jaar terug zagen sommigen thuiswerken als een bezuinigingsmaatregel. Of nog erger, een middel om de vakbondsmacht te breken. Ik ben benieuwd hoe corona daar het denken over thuiswerken heeft beïnvloed.’

TRENDSETTEND

Van Hees werkt tegenwoordig als FNV-bestuurder in de sector Finance, maar hij heeft een verleden als vakbondsman in de ICT, de sector waar Klinkenberg nu actief is. In Van Hees’ tijd was de ICT-sector binnen de FNV trendsettend. ‘We introduceerden telewerken op de cao-tafel, net als bijvoorbeeld het computerrijbewijs. In die tijd ging het cao-gesprek over toegang tot het internet, tot de systemen op het werk, hoe je bereikbaar was en hoeveel dagen je thuis mocht werken.

Gedrag werd in de discussie ook meegenomen. ‘Zo hadden we al snel in de gaten dat kleine kinderen en thuiswerken niet goed te combineren zijn. Ook dachten sommige werknemers dat je tijdens thuiswerken onbereikbaar mocht zijn voor klanten, omdat je dan zo lekker kon doorwerken. De werkgevers waren terughoudend en maakten zich vooral zorgen of het aantal uren wel werd gemaakt.’

Het waren moeizame en chagrijnige discussies, vertelt Van Hees. ‘Ik weet nog dat we dan bijvoorbeeld gingen uitleggen wat intern verzuim is. Namelijk wel aanwezig zijn maar niets doen. Dat vinden we dus kennelijk wél normaal? Terwijl wanneer iemand thuis werkt en tijdens de lunch een eitje bakt er vraagtekens worden geplaatst.’

FNV-bestuurder Ger Klinkenberg: ‘ICT moet een voortrekkersrol vervullen’

OMSLAG

Hoewel de geesten in die jaren langzaam rijpten ten gunste van thuiswerken, kwam de werkelijke omslag zoals zo vaak uit een geheel andere hoek: kostenbesparing! In 2001 knapte de internetbubbel en raakten veel bedrijven in de problemen. Thuiswerken werd toen een serieus alternatief. Want minder vierkante meters om te huren en minder bureaus, dus goedkoper. En ook nog eens minder reiskosten. Van Hees: ‘In Nederland gooide bijvoorbeeld Hewlett Packard het roer volledig om na de overname van Compaq. Het kantoor van Compaq werd gesloten en iedereen kon vanaf dat moment onbeperkt thuiswerken. Dat leidde zelfs tot situaties dat alle bureaus bezet waren en sommigen weer naar huis moesten terugkeren om te werken. Inmiddels kennen veel werknemers zo’n situatie.’ Overigens nóg een winstpunt, aldus Van Hees: ‘Wat toen nog niet werd onderkend maar inmiddels gelukkig wel, is dat mensen zich minder snel ziek melden als ze vanuit huis kunnen werken.’

EN TOEN KWAM CORONA

De coronacrisis heeft een nieuwe ontwikkeling in het thuiswerken in gang gezet. De pandemie heeft er voor gezorgd dat we allemaal thuis zijn gaan werken. ‘Dat heeft in sommige bedrijven gezorgd voor een ware cultuurshock’, weet Van Hees. ‘Werknemers die hier tot dan toe niets van moesten weten, werden gedwongen. De werkgevers hadden geen andere keuze.’

Voor sommigen is de prijs hiervan hoog. ‘Voor wie alleen woont en behoefte heeft aan contact is het een ramp om geen toegang te hebben tot kantoor. De gevolgen laten zich evenmin moeilijk raden voor een ander die niet groot woont en van wie de partner ook thuis werkt, terwijl bovendien misschien de kinderen alle aandacht vragen. Ook hebben we gemerkt dat sommige werknemers hun reistijd nu besteden aan het werk en moeite hebben een goede werk-privé-balans in te richten. Dit terwijl aan de andere kant sommige werkgevers vraagtekens zetten bij de productiviteit.’

Er zijn meer problemen opgedoken. ‘We merken nu opeens dat de hele dag video-vergaderen erg vermoeiend is. Althans, ik ben kapot na zo’n dag. En de mogelijkheid voor een sanitaire stop af en toe is ook wel prettig. Oh ja, en we moeten ook nog lunchen natuurlijk. Die tijd moeten we inplannen om niet met volle mond voor het scherm te zitten.’

ROL VOOR BOND EN OR

Wat betreft de toekomst van thuiswerken, ziet Van Hees’ collega Klinkenberg drie belangrijke vraagstukken ‘Eén, hoe zit het met de financiële vergoeding? Twee, hoe regelen we het arbo-technisch? En drie, hoe gaan we om met de privacy, oftewel het meekijken van de werkgever? Afspraken hierover zullen we als bond aan de cao-tafel moeten maken. Of via onze vakbondsvertegenwoordigers in de ondernemingsraden. We kennen, al dan niet in de cao, al diverse afspraken. Bedrijven kennen bijvoorbeeld een vergoeding voor de internetaansluiting thuis. En een bedrag ieder jaar voor kantooraccessoires zoals een bureaustoel, scherm en muis. Tenzij het bedrijf deze accessoires in natura verstrekt, natuurlijk. Dat staat dan vaak ook in de cao.’

Overigens is de discussie over het vergoeden van de thuisaccessoires geen vrijblijvende. ‘In de Arbowet is opgenomen dat de werkgever verantwoordelijk blijft voor een goede werkplek thuis. Vóór corona was thuiswerken vrijwillig en kon je stellen dat er een stilzwijgende transactie plaatsvond: je werkgever gaf jou toestemming thuis te werken en jij gaf aan dat verantwoord te doen. Maar nu iedereen thuiswerkt, vindt die transactie niet plaats en wordt de naleving van de Arbowet wél bediscussieerd. Dus zoeken we als cao-partijen en de medezeggenschap naar een werkbare oplossing. Het verstrekken van accessoires of een vergoeding daarvoor maakt onderdeel uit van de oplossing.’

EN EEN ROL VOOR ICT

Wat Van Hees eerder zag gebeuren, verwacht Klinkenberg nu opnieuw: wederom zal ICT een belangrijke rol gaan spelen bij de verdere invulling van thuiswerken. ‘Ik sprak hiervoor al over de toevallige ontmoetingen met collega’s bij het koffieapparaat. Dus is mijn vraag nu: hoe lang moet ik nog wachten op een applicatie die mij 'toevallig' met één of meer collega’s in een apart digitaal hok zet? Welke IT’er werkt dit plannetje uit? Ik bedoel, zoiets moet toch te ontwikkelen zijn?! Ik vind dat juist ICT hierin een voortrekkersrol moet vervullen. Niet alleen vroeger, juist nu.’

‘WAAR BLIJFT DE APPLICATIE DIE 'TOEVALLIGE' ONTMOETINGEN MET COLLEGA’S REGELT?’

Deel deze pagina